Books & Bubbles

OKT.6th Books & Reviews

Author

Een avondje literair doen in Perdu

Tous mes idéaux des mots

Het was zo’n week waarin ik veel moest doen en niets voor elkaar kreeg. Gelukkig was er die vrijdag ook een Lisa, er waren nachos met guacamole en er was zelfs een lezing in Perdu. Lisa is de baas van Absint en was mijn buuf in Noord (hier legt ze de verhouding tussen Amsterdam en Noord uit), nacho’s ken je waarschijnlijk wel en Perdu – hoe zal ik Perdu uitleggen?

De eerste avond waarop ik  Perdu betrad vond ik het er behoorlijk stoffig, donker en obscuur. Ik kwam terecht in een klein zaaltje met een vloer die aan alle kanten kraakte. Perdu heeft nachtblauwe gordijnen, bankjes met het meest gefaalde motief wat je ooit hebt gezien en verdwaalde disco spotlights (die blijkbaar succesvol dienst doen als verlichting). En er komen allemaal van die mensen naartoe die leiden aan insomnia omdat ze veel te veel over alles hebben nagedacht. Maar goed, Kate Bush kon ik in de eerste instantie ook niet waarderen en dat vind ik nu een steengoede artiest (mede omdat de persoon die me op de wereld heeft haar zo’n beetje 365 dagen van het jaar wil horen). Dat het obscuur was bleek trouwens ook de bedoeling. Het is in 1984 opgericht door een excentriek stel wat een ‘beschadigde literatuur en marginalia’ verzameldrift had en een kleine boekhandel bij de Pijp begon, maar al snel trokken er mensen van heinde en verre naartoe om over literatuur te lullen (dat van heinde en verre weet ik niet zeker, maar het klinkt wel historisch). En toen -poef- werd het Perdu. De plek waar de buren altijd op het publiek mopperen omdat ze steevast vinden dat de Perdu rokers in de Perdu tuin teveel Perdu lawaai maken (seems legit, je verhuist immers naar Amsterdam voor de stilte).

Het punt met ‘hoogwaardig culturele dingen’ zoals Latijn, Tsjaikovski en het Louvre is vooral dat je er natuurlijk in moet groeien (make-up aanbrengen ging immers ook niet meteen vlekkeloos, althans in mijn geval niet, laat staan Latijn vertalen). Eindeloze reeksen postmodernistisch gemiep verder kon ik de literaire stichting dus wel waarderen. En inmiddels vind ik dat Perdu eigenlijk in de top 10 op de ranglijst moet van de meest zwaar onderschatte plekken ter wereld. Een goede vriend werkte een poosje in een hotel in de Hartenstraat en hij werd zo gek van het feit dat toeristen altijd vroegen naar de dichtsbijzijnde Coffee&Smartshops (“ze liggen op iedere 3 meter!”), dat hij besloot musea aan te prijzen (waar hij zelf nooit kwam) om te laten zien dat Amsterdam uit meer bestaat dan paddenstoelen of rode lampjes. Begrijp me niet verkeerd: ik wil hier niet de Efteling-achtige kwaliteiten van 020 of de aantrekkingskracht van psychonautische bewustzijnstoestanden devalueren, maar Perdu is juist net zo goed een plek waar je op de google map naar zou kunnen moeten wijzen wanneer iemand zin heeft om zijn geest te verruimen. Op 10 oktober hebben ze bijv. een avond met als titel: “Time as duration. Introducing and investigating forms of time that fold into collective and linear time”.

Kan literatuur je tot een beter mens maken?

Maar goed, Lisa had dus zin in een avondje literair doen (waarschijnlijk omdat ze bij haar master in Nederlandse letterkunde tot nu toe alleen nog maar teksten heeft gekregen over cyborgs ~ misschien klonken we als de mopperende mannetjes van de muppets, maar was het oorspronkelijke idee van een literatuurstudie niet dat je dan zeg maar boeken zou gaan lezen, of hebben wij iets gemist? ~ En was datgene toevallig het postmodernisme? ~ En was dat niet zo’n voortvloeisel uit de seventies? ~ En kunnen we dat niet gewoon weer afschaffen, ik bedoel mensen hebben nu toch immers geen oranje behang meer?) en de centrale vraag van die avond was of literatuur je tot een beter mens kan maken.

Ik dacht zelf in de eerste instantie nou niet als je aan het wachten bent op feedback van Maartje Wortel (die niet komt) en dat afreageert door in de theetuin van Eemnes een te groot stuk stokbrood naar het hoofd van een nietsvermoedende bedel kip te slingeren (ik heb het wel goed gemaakt, met de kip). En niet wanneer er mensen naast je komen zitten in de HEMA die verkondigen dat ze sowieso nooit wat lezen, wanneer al je niet zo’n opperste stemming bent. En ook niet wanneer je in Leuven zo bang bent geworden voor de Russische formalisten dat je besluit jezelf vlak voor het college op te sluiten in de wc om Vlaamse slang op de deur te kliederen. Maar ik denk dat je dit externe sociologische factoren zou kunnen noemen (Don’t listen to a word I say ).

Misschien maakt het me wel onbewust tot een beter mens, want dankzij het lezen van Knaus (ik-was-mijn-haar-niet) gard, kan ik er nu wel om lachen wanneer mijn oma en de buurvrouw op m’n verjaardag alle ins&outs van uitvaartondernemingen bespreken. Gewoon omdat ik weet dat ik niet de enige ben die verjaardagen soms ervaart als een interessant cultureel- sociologisch experiment, in plaats van een viering. Bovendien bestaan er politiek dystopische werken als 1984 en A Brave New World, die een enorme maatschapppelijke impact hebben gehad, eye-openers zijn geweest en vlammende discussies hebben ontstoken. Het zijn boeken die met het verstrijken van de tijd alleen maar relevanter lijken te worden. Misschien moet ik trouwens ook nog iets vertellen over de avond zelf.

Postmodernistische valkuil

De lezingen werden gegeven door Hans Demeyer, Marc Kregting en Saskia Pieterse (ik baalde een beetje dat ik de bijdrage van Kila van der Starre van vorige week heb gemist, zij is cool!). Hans Demeyer werkt in Gent aan een proefschrift over lichamelijkheid in Nederlands proza uit de sixties. Ik moet zeggen dat ik vrij stijl achterover sloeg van zijn lezing en met de snelheid van het licht moest notuleren, waardoor het Lisa opviel dat ik verticaal ging schrijven. Mijn verdediging dat ik links was viel in het water want ze is zelf ook links. Maar afgaande op wat ik ervan heb begrepen, gaf hij enerzijds wel een post-structuralistische erkenning van de onbepaaldheid der dingen, maar waarschuwde hij tegelijkertijd voor apathie. Hij beschreef dat literatuur op zijn minst kon getuigen als een vorm van onderneming, een manier om het debat aan te gaan. Ik vond het leuk dat hij een balans probeerde te vinden tussen het post-structuralistische erfgoed (het valt moeilijk uit je ziel te schrapen, ik ben er nog steeds mee bezig, het is net zo’n groot project als toen ik de geribbelde muren van m’n zolder weer gelijk probeerde te maken) en engagement. Dat was voor mij overigens wel precies waar de schoen wringt, want met een overdosis aan alle post dinges en danges soorten, is het vrij lastig om niet te vervallen in het apatisch staren naar de vloeiende bubbels van je lavalamp. Dat schiet ook niet op.

De tweede lezing werd gegeven door Marc Kregting (journalist, dichter, essayist) en hij betoogde dat we leven in een samenleving die helaas altijd een minimaal belang aan literatuur heeft gehecht, terwijl boeken lezen niets met een elite, pretentie, geletterdheid te maken heeft en zelfs niet eens een competentie is. I vow to that. Hij gaf aan dat de literaire tekst in het beste geval zinspeelt op de werkelijkheid, maar onze aandacht tegenwoordig zo versnippert is dat dit het lezen aanzienlijk bemoeilijkt (en hij merkte droogjes op dat het zinsniveau van zijn studenten, waar de interpunctie straalt door zijn afwezigheid, hem lichtelijk zorgen baart). D’une génération désenchantée.

Saskia Pieterse (UU) wierp in haar lezing een aantal wedervragen op en wees op een aantal impliciet aanwezige aannames in de vraag of literatuur ons tot betere mensen kan maken. Ze vroeg zich af wie de ‘je’ in de vraag is; is het de lezer die een beter mens moet worden of zou het ook de schrijver kunnen zijn? Zijn lezers tabula rasa’s of brengen ze zelf ook een ethische complexiteit met zich mee? En wat verstaan we onder “een beter mens” (een Maartje Wortel die terug mailt) ? Ze maakte hierna  een sprong van de utilistische formulering – zo min mogelijk leed berokkenen en dus oefenen in er zo min mogelijk zijn – naar het feminisme (waarschijnlijk gezien het primair vrouwen zijn die dit tot een kunst hebben gemaakt). Pieterse heeft onderzoek gedaan naar de recensies die het afgelopen jaar zijn verschenen en wees erop dat XX recensenten zowel als hoofdpersonages nog steeds zwaar  ondervertegenwoordigd zijn (ik wil hier trouwens wel de kanttekening bij maken dat er volgens mij voldoende PK zit in Simone van Saarloos om haar in het kwadraat mee te rekenen). Pieterse wees er daarnaast op dat er in recensies eigenlijk constant dezelfde verwijzingen naar Reve en Nescio worden gemaakt en er een samenhang kan zijn met het feit dat het nu vooral oude mannen zijn die in de seventies Nederlands hebben gestudeerd het veld (in de traditionele media) domineren. 

Subversiviteit

Tijdens de discussie met het publiek overviel me het gevoel dat deze avond precies was hoe ik me Literatuurwetenschappen ooit in de eerste instantie had voorgesteld: kletsen met een groepje nachtuilen die wijzen op verschillende aspecten rond literatuur en ethiek, zoals de diversiteit aan lezersposities en het gebrek aan consistentie in het huidige discours van de literaire receptie. Ik was opgelucht om te ontdekken dat ik niet de enige ben met een polyfone kakefonie aan lawaai in mijn hoofd wanneer het aankomt op het fenomeen literaire kritiek: “literatuur is autonoom”, “het is autobiografisch”, “het gaat om de vorm”, “we zijn de vorm voorbij”, “het boek is goed door zijn journalistieke waarde”, “mensen moeten er niet over zeuren; het is gewoon fictie”, “mijn werk is niet eenduidig”, “natuurlijk ga ik het engagement niet uit de weg”, “de lezer moet het maar interpreteren”, “literatuur moet wel ontmantelen!”, “l’art pour l’art”, en bladiebla. Ik weet dat literaire werken gelaagd zijn, maar misschien stellen we soms iets teveel contrasterende eisen aan één boek? En ik vraag me af of het aan het einde van het verhaal, niet gewoon draait om het genieten van de leeservaring, zonder alles te willen dood analyseren?

Volgens mij bestaat de kracht van boeken uit het bevragen van bepaalde structuren en er nieuwe werelden in kunnen worden ontgonnen die ons op een kritische manier naar onze eigen wereld laten kijken. Of een boek daar perse literair voor moet zijn, weet ik trouwens niet. Ik weet alleen dat schrijvers mijn hersenspinsels uit bepaalde denkstructuren hebben bevrijd, omdat ik in staat ben geïnstitutionaliseerde teksten te doorprikken en bepaalde ideeën niet langer internaliseer (of me er in ieder geval tot op een bepaalde hoogte van bewust ben, dat het maar ideeën zijn?). Die bewustwording heeft al een gigantische verschuiving teweeg gebracht.

In gevangenissen in Italië en Brazilië hebben ze deze zomer een nieuwe regeling met de gevangenen getroffen: des te langer hun lijst boekverslagen is geworden, des te korter ze hun straf uit hoeven te zitten. Dit omdat wetenschappelijk is aangetoond dat mensen dankzij lezen meer empathie ontwikkelen. In de woorden van schrijver Anthony Horowitz, die een open brief schreef naar de Britse regering om het boekenverbod in gevangenissen op te heffen: “Books represent humanity and civilization, two abstracts may be in short demand in the prison environment”. De dichter Matthew Arnold geloofde er heilig in dat literatuur mensen kon verlichten, maar de vraag is hoe kritisch schrijvers anno 2014 durven te zijn. Het merendeel van de huidige Nederlandse schrijvers lijkt in subversief opzicht behoorlijk tam, zeker vergeleken met de manier waarop Connie Palmen in 1991 het literaire veld in knalde met De Wetten. Waar is het schrijvende schorriemorrie, waar zijn die boefjes, the rebels with a goddamn cause, die niet bang zijn om een vuurtje te stoken? Moeten ze zich blijven conformeren aan de huidige traditie zodat ze voldoende sterren en ballen binnen kunnen slepen, of zou het wel weer wat stouter mogen?

Down the rabbit hole.

Books & Reviews


#amsterdam #literatuur #Perdu

Share this article

Author


Julia is een waterval van boeken, theefeestjes en gekke sokken. Ze heeft gewerkt bij een boekwinkel in Oud-Zuid, volgt een opleiding tot Yoga & Meditatiedocent in Naarden en verstopt zich graag in het middeleeuwse Leuven.

Comments