Books & Bubbles

DEC.18th Events & News

Author

Literair vragenvuur met Thomas Heerma van Voss

Over meegaan in gedachtenkronkels, Ian McEwan en heftige verhalen

De wereld is ‘s ochtends gehuld in een grijze mistbank – ik baan me een weg langs bomen die nog vochtig zijn van het dauw en ruik het indringende groen. Een jaar geleden rond deze tijd was ik met geen mogelijkheid meer uit de Naardense bossen te krijgen. Mijn gezondheid had het begeven, mensen spraken me door mijn vertraagde leven aan alsof ik zielig was en allergisch voor de medelijdende blikken verstopte ik me steeds verder op de paarsgekneusde heide. Vriendschappen met mensen die het aura van een veelbelovende student zagen vervagen, losten op in de mist. Zo raakte ik gekrenkt, hongerig en verwilderd. De goedbedoelde pogingen van Steffy om me uit de bossen te trekken, resulteerden in een paar roodgloeiende scratches op haar armen.

Het voelt bevrijdend om die ochtend weer in een ratelende metro te staan en over de Nieuwmarkt te struinen in een leren jack. Ik trek de deur open van café Fonteyn waar een zacht geroezemoes opstijgt. Het café is versierd met sierlijk bloemetjesbehang, art deco lampen en versleten maar azuurblauwe banken, waar plukjes Britse toeristen met baby’s op rondhangen. Mijn oog valt op een kopje koffie met een rozenpatroon erop en een miniatuur gevormd lepeltje erin waar een koekje op is geprikt (om het geheel allemaal nog wat authentieker Oudengels te laten lijken in Amsterdam). Een klein lachje vormt zich om mijn lippen als ik zie hoe hij broedende blikken werpt en in gedachten is verzonken; de buffel, de vos, de wolf. Hij steekt nogal robuust af tegen dit décor, maar dat maakt hem juist zo pawesome.

Ik wurm mezelf langs vier tafels om tegenover hem op het bankje te komen (T: “Waar ga je naartoe?”), gooi mijn voice recorder op tafel (T: “Waarom staat je iPod een uur en driekwartier voor?”), leg mijn Moleskine vol aantekeningen, interviews en dilemma’s op dinsdag neer (T: “Wacht, is dat ook je dagboek?”), slaag erin het literaire vragenvuur voor hem te vinden (T: “Oh daar ben ik”), schut met haveloze kussens om mijn plek te vinden (T: “Ik zie vraag negen, maar daar staat helemaal niks meer. Toen was het klaar.”), besluit dat ik mijn tas op moet ruimen (T: “Oh god”), verplaats de voice recorder naar rechts (T: “Ligt ie goed?”), loer op de toeristen om ons heen (T: “Ik zit hier wel graag”), verplaats de voice recorder naar links (T: “Hij lag niet goed”) en probeer verwoed zijn boek netjes te poetsen waar ik rozenthee van de Rituals op heb gemorst (T: “Ik denk niet dat het nog schoon gaat worden”).

Thomas zit klaar in een zwarte coltrui met opgestroopte mouwen, schrijvershanden waar die van mij twee keer inpassen en een boefjesblik. Hoewel ik hem nog niet zo goed ken schuilt er onder zijn chill (Thomas is zó chill) iets van een eeuwenoude philosophist – ondanks de enorme drukte die ik maak over het bloemetjesbehang bekruipt me het akelige gevoel dat hij dwars door mijn Camouflage of Chaos kijkt en een fractie van een seconde ben ik ervan overtuigd dat hij de stilte zal verbreken met een: “Hello Alice”.

Ik wist niet precies wat ik van Plaatsvervangers moest verwachten, maar vanaf het moment waarop ik las hoe Thomas vlak voor een concert van de Spice Girls van de zenuwen de auto onder had gekotst, was ik verkocht (volgens mij is het leven van zo’n beetje alle nineties kinderen zo begonnen). Als je door de dikke lagen bling en de harde straatcultuur van rappers heen kunt kijken is Plaatsvervangers in de eerste plaats een boek over veerkracht. Met een groeiende bewondering realiseerde ik me dat Thomas wars van de buitenwereld, met scherpe observaties en de koers van een psychonautic pigeon, gewoon zijn eigen gang ging (T., bezwaard: “Nou, zo interessant ben ik nou ook weer niet.”). Ik ga de hoofdstukken over Tim Dog, Master P en de website Hiphopleeft niet verklappen. Het enige wat ik nog kwijt wil is dat vastgeroeste narratieven over ‘zielig of tragisch zijn’ door een fysieke en slopende ziekte dankzij het hoofdstuk Golden Boy door een aanhoudende bliksem zijn verschroeid. Sindsdien moet ik mezelf bedwingen om niet steeds bij dilemma’s of vraagstukken met een soort Paflov pootje tegen Thomas z’n snuit te tikken: “What does the fox say?

Thomas Heerma van Voss (onderdeel van een moderne versie van de gebroeders Grimm) studeerde Engels in Londen Nederlands aan De Universiteit van Amsterdam en debuteerde in 2009 met De Allestafel. In 2013 publiceerde hij de roman Stern en in 2014 verscheen zijn verhalenbundel De derde persoon. Hij publiceert verhalen, essays en artikelen in onder meer De Volkskrant, nrx.next, Vrij Nederland, Trouw, Tirade, Das Magazin en Hollands Maandblad. Hij is hiphop expert voor de Correspondent, schrijft geregeld recensies voor de Groene Amsterdammer en zijn nieuwe rubriek ‘Titels van Thomas’ verschijnt om de vrijdag in de Metro. Afgelopen zomer verscheen zijn vierde boek Plaatsvervangers bij Thomas Rap.

May the force be with him.

Een bericht gedeeld door Istvan Kops (@dutchliteraturejunkie) op 16 Aug 2017 om 12:08 PDT 

Noem drie lievelingsboeken

Nooit meer slapen (1966) van Willem Frederik Hermans. Ik vind die titel zelf inmiddels wat afgesleten klinken – deze vraag duikt merkwaardig vaak op bij literaire interviews en op festivals, maar een ander antwoord zou toch leugenachtig voelen. Het is een geijkt Nederlands meesterwerk, dat je al decennia op literatuurlijsten ziet opduiken. Het is mede mijn lievelingsboek geworden omdat ik het op een cruciale leeftijd las. Ik zat in het laatste jaar van de middelbare school en was erg bezig met films en hiphop maar totaal niet met literatuur. Ik dacht ook altijd: de literatuur is een wereld die ik niet kan betreden, romans staan vol met moeilijke metaforen en diepe gedachten waarvan de essentie langs me heen glipt.”

“Tot mijn vader met Nooit meer slapen kwam aanzetten, dat boek was zowel inhoudelijk als stilistisch zo’n openbaring voor me. Het is heel spannend verteld en ik vond het bedrijvend om door te dringen in een personage dat niet zo sympathiek is. Het is niet geheel duidelijk wat de hoofdrolspeler precies op zijn geweten heeft, die vraag wakkerde mijn interesse aan en voedde mijn fantasie. En wat zo knap is: ik ging erin mee. Omdat het zo scherp is geschreven, op een manier waardoor ik dacht: dit is helemaal voor mij geschreven. Vijftig jaar geleden heeft Hermans dit voor mij bedacht. En nu moest ik het krijgen. Dat is natuurlijk onzin, maar zo voelde het.”

“Ik vond In Ongenade (1999) van J.M. Coetzee een prachtig, helder en compact geschreven roman waarin de thema’s subtiel resoneren, de beschrijvingen van het verscheurde landschap in het verhaal doorwerken en het noodlot een rol speelt zonder dat het zweverig wordt. Ik vond het een heel krachtig drama.”

“Tenslotte is Kaas (1933) van Willem Elsschot een toegankelijk geschreven roman en wat daar vooral inzit – bij Hermans iets minder – is humor. Het is een grappig boek over een mislukte kaashandelaar. Je kruipt in het hoofd van iemand die niet per se zielig is, niet per se sympathiek en niet per se geslaagd, dat sprak me erg aan.”

“Ik vind het de kracht van goede boeken dat je in een bewustzijn kruipt waar je niet in wilt zitten, meeleeft met iemand waar je liever niet mee wilt sympathiseren. En dan toch wordt meegenomen. Dat maakt de literatuur zo mooi, want bij film of muziek blijf je meer een toeschouwer. Wanneer ik zelf schrijf heb ik geloof ik ook een voorkeur voor wat wereldvreemde, rare personages. En dat heeft vast te maken met de titels die ik net noemde, die hebben me gevoed.”

Vind je het zelf als schrijver een uitdaging om mensen mee te krijgen in het bewustzijn van een personage?

“In mijn boeken schrijf ik vooralsnog altijd vanuit één perspectief en soms zeggen lezers na afloop tegen me: “Ik vond je hoofdpersoon echt zo’n enorme eikel.” Dan denk ik: dat is niet zo erg, dat mag. Ik heb liever dat lezers worstelen met tegenstrijdige gevoelens dan wanneer iemand zou zeggen: “Het liet me koud.” In dat geval zou ik denken: oh god, het is niet gelukt, ik heb gefaald. Ik probeer de lezers al lezende mee te laten gaan met iemand die niet alleen slachtoffer is, want voor slachtoffers heb je van nature al sympathie. Dat vind ik ook de makke van veel hedendaagse boeken, dat je min of meer wordt geacht te sympathiseren met de underdog, met een incest-slachtoffer, iemand die getroffen is door excessief geweld of een kwaadaardig familielid. Dat kan mooie verhalen opleveren, natuurlijk, maar ik vind het vooral interessant om mee te gaan met dat kwaadaardige familielid, of in elk geval met personages waarvan je denkt: waar is die nou mee bezig?

“Mijn tweede boek Stern (2013) gaat over een zeer in zichzelf gekeerde middelbare schooldocent. Hij gaat op zo’n apathische manier met zijn vrouw en zoon om dat je je kunt afvragen in hoeverre zijn gedrag nog ethisch verantwoord is. En toch hoop ik het zo te beschrijven dat je meegaat met zijn gedachtenkronkels, met zijn gevoelens van uitsluiting, schaamte en vernedering. Ondanks dat jij en ik ons niet zo zouden gedragen, hoop ik dat je toch begrijpt waarom hij op de plek terecht is gekomen waar hij is beland. Waarom hij zo veel uit zijn vingers laat glippen.”

Noem een boek dat een ontwrichtende werking heeft gehad, confronterend was of voor verwarrende, nieuwe inzichten heeft gezorgd.

“Wanneer ik schrijf of de boeken lees van mijn leeftijdsgenoten, merk ik dat warme verhalen over liefde en vriendschap zelden van de grond komen. Ik heb in mijn verhalen gemerkt dat het moeilijk is om een spannend samenzijn op te bouwen, zonder dat er iemand vreemdgaat of er een voorspelbare vertrouwensbreuk ontstaat. Conflict is natuurlijk essentieel: er moet iets op het spel staan in een verhaal – maar in het verlengde daarvan is het moeilijk om warmte en harmonie op een natuurlijke manier in een verhaal te verweven zonder dat het saai of weeïg wordt. Het is vanzelfsprekend spannender om een boek te lezen waarin een vreemde stiefmoeder over de vloer komt dan over een gezin waarin alles helemaal naar wens verloopt.”

On Chesil Beach (2007) van Ian McEwan vormde hier een uitzondering op. Deze roman raakte me zeer diep. Hierin vond ik wel de liefde die ik in andere boeken en verhalen niet tegenkwam. Het boek gaat over een net gehuwd stel. Je ontmoet ze op hun huwelijksnacht in het Groot-Brittannië van de jaren zestig waarin nog een bekrompen, beperkende seksuele moraal heerst. Ik vond het mooi zonder dat het verzandde in melancholie of sentimentaliteit. McEwan liet de hartstocht, de verwachtingen en de hoop allemaal in het verhaal tot leven komen. Dat kwam echt héél sterk en ontroerend samen in een prachtig moment van  verwijdering. McEwan slaat in Chesil Beach een toon van liefde aan, van samenzijn, van menselijk contact die verder gaat dan afstand. Wederom had ik niks concreets met het verhaal te maken, maar toch moest ik denken aan mijn eigen liefdesleven. Het huwelijk gaat helemaal mis en het verhaal eindigt droevig, maar er zit warm bloed in.”

Wat zijn je lievelingsjeugdboeken?

Pluk van de Petteflet (1971) is mijn absolute favoriet. Mijn vader was niet zo’n fervente voorlezer maar was werkzaam bij de radio en deed wonderlijk genoeg wel mee aan het inspreken van enkele hoorspelen en luisterboeken. Hij heeft meegeholpen aan de audioversie van Pluk: vijf stemmen verzorgde hij, waaronder die van de Krullevaar. Dat beest (red: vogel met krullen en veel te lange poten in permanente existentiële crisis tot Pluk, Aagje en meeuw Karel hem leren vliegen) wat steeds een bepaalde uitroep deed. Mijn vader kon dat dus heel hard en overtuigend doen. Pluk van de Petteflet is op zichzelf al een mooi en levendig verhaal, maar door zijn geweldige voordragen kwam het extra tot leven. Karlsson van het dak (1976) van Astrid Lindgren is een waanzinnig mooi verhaal over een popje met een propeller. Het is heel lief, mooi en rijk, dat heb ik vroeger ook vaak voorgelezen gekregen. En ik heb een groot zwak voor Otje (1980), zo’n heel onooglijk jongensachtig meisje maar zo liefdevol beschreven, zo innemend zonder dat ik het slijmerig vond.’

Stel je mag kiezen tussen drie fictionele landschappen zoals Hogwarts, Wonderland of Westeros, waar je een poosje mag vertoeven. Welke wereld zou je kiezen en waarom?

“Ik moet eerlijk toegeven dat ik alle drie de boeken nooit tot me heb genomen. We kunnen het misschien bijstellen naar Tatooine uit Star Wars?”

En The Shire van de Hobbits.

“Ik wilde dwergenland zeggen.”

En Panem van de Hunger Games?

“Ja, maar daar wil ik liever niet naartoe. Ik ben een enorme Batman fan en zijn verhaal speelt zich af in New York, de gewone wereld.”

Wil je Batman zijn in New York?

“Nee, want Batman heeft het altijd heel zwaar en is permanent somber.”

Oh, dat is jammer.

“Ik zou kiezen voor The Shire. Ik heb verder niet veel met Hobbits maar het is er wel vredig. In Star Wars gaat het eigenlijk ook altijd mis. Al zou ik in The Shire wel steeds mijn hoofd stoten. Misschien toch Tatooine van Star Wars.”

Een bericht gedeeld door The Wright Route (@the_wright_route) op 15 Dec 2017 om 1:33 PST

Hoe is het op Tatooine?

“Eindelijk, hier kan ik iets mee. Tatooine is één van de zandplaneten in het sterrenstelsel van De Galactische Republiek. De hoofdrolspeler van het alleroudste deel groeit er op, Luke Skywaker, in een warme, verlaten zandvlakte met een paar huisjes. Al is het er ook gevaarlijk want er zijn wel bergmannen die op je jagen. En op een gegeven moment komen de schurken. Natuurlijk. Ik ben het liefst toch eigenlijk gewoon hier.”

Hogwarts is wel echt een fijne plek.

“Waar is dat van?”

De Harry Potter boeken?

“Ja, maar ik ben nooit aan Harry Potter toegekomen.”

Nou oké, ik ben als vroege tiener ooit braaf begonnen aan het eerste deel maar dacht bij de eerste bladzijden: dit is een soort Star Wars rip off. Echt. Er zijn veel nieuwe versies, maar het oorspronkelijke Star Wars verhaal gaat namelijk ook over een jongen die als wees opgroeit bij zijn oom en tante. Hij is een slimme tiener die vrij teruggetrokken leeft, tot een oude wijze ‘meester’ hem wijst op de verborgen krachten die hij bezit en hem meeneemt naar een nieuwe wereld om die krachten te trainen. Hier maakt hij nieuwe vrienden die meetrekken op zijn avonturen en komt hij een aartsrivaal tegen die familie van hem blijkt te zijn. Het gaat erom dat hij de uitverkorene is om het pure kwaad te verslaan. De werelden zullen verder als dag en nacht van elkaar verschillen maar toen ik met Harry Potter begon herkende ik die elementen en dat stoorde me nogal; ik ben een Star Wars man en in grote lijnen gebeurt in Harry Potter ook gewoon wat ik net opnoemde, toch?”

(Julia werpt glazige blik in de verte)

“Maar is in Harry Potter de vijand ook familie van hem?”

Nee, Voldemort is geen familie maar een stukje van zijn ziel is in Harry terecht gekomen.

“En bestaat er kans dat hij in het conflict gaat overlopen?”

Harry is daar zelf bang voor in het vijfde deel, maar het speelt geen grote rol.

“En heeft Harry een zus?”

Nee, hij heeft wel Ron en Hermelien. En Dobby de huiself.

Zijn er bepaalde taboes of onderwerpen in de literatuur waar van jou meer over geschreven zou mogen worden; zijn er onderwerpen die schrijvers nog steeds schuwen?

“Dit zijn eigenlijk twee vragen: het kan natuurlijk dat een onderwerp niet wordt beschreven zonder dat het taboe is. En ik kan niet namens anderen spreken. Hoe dan ook, er zijn wel onderwerpen waarvan ik denk; daar kan meer mee in fictieve vorm. Toen Een honger  (2015) verscheen van Jamal Quariachi, een boek over een man met pedofiele trekjes, die tevens een gloedvol betoog houdt over zijn liefde voor jongeren – ontstond daar wel wat weerstand tegen. Maar het was een roman – daarin mag alles. Zeker nu er zoveel machtsmisbruiksituaties aan het licht komen denk ik dat er meer discussie in de fictie op gang zou mogen komen. Ik denk dat veel heftige verhalen het best verteld kunnen worden aan de hand van fictie. Door het geven van context, door het schetsen van gangbare regels. Neem nu Weinstein: die is echt niet zomaar op een dag met extreem ongeoorloofd gedrag begonnen. Het is ongetwijfeld een hellend vlak geweest, ook voor de slachtoffers. Dáár zou ik graag een mooi opgeschreven fictieverhaal over willen lezen, over de vervagende grenzen tussen die twee. Niet over ‘goed’ of ‘fout’.”

“Voor de goede orde: dat betekent niet dat je een pleidooi voor de onschuld van Weinstein hoeft te schrijven, totaal niet. Maar ik denk dat je seksueel geweld makkelijker kan voorkomen wanneer je alles doet om het in kaart te brengen.  Volgens mij blijft men te vaak hangen in morele verontwaardiging. Even een stap opzij want het is non-fictie, maar Hillary Clinton bracht laatst What happened? (2017) uit, dat leek me een interessant boek. Helaas was ze constant bezig met factoren aanwijzen die zouden verklaren waarom ze niet genoeg stemmen heeft gehaald. Het zou juist boeiender zijn als ze op een reflectieve manier geprobeerd had uit te leggen waarom ze zo graag president wilde worden. En wat me nu te binnen schiet: een goede roman die dichtbij Trump kan komen zonder dat het een parodie wordt, is een moeilijke opdracht, maar ik zou hem wel graag lezen en ik denk dat fictie daar kan wat de journalistiek niet kan. Veel opiniestukken blijven hangen in: ‘dit kan natuurlijk niet’. Noodzakelijk, maar daarmee blijf je wel hangen in een bepaald sentiment.”

Kun je iets vertellen over je boek Plaatsvervangers?

“Het is mijn vierde boek en gaat voor mij om overgave. Om de bewondering voor bepaalde muzikanten, waarbij het voor mij niet zozeer ging om de muziek maar juist de persoonlijke verhalen. Volgens mij zitten er in particuliere beleving en persoonlijke overgave namelijk mooie verhalen die ik zelden tegenkom. Ik heb in mijn leven veel reportages interviews en recensies voor journalistieke media geschreven, maar ik merkte daarbij dat ik vastzat en –zit aan een bepaalde opbouw, toon en structuur. En dat terwijl de verhalen van anderen soms ook nauw aan mijn eigen, niet-journalistieke maar gewoon persoonlijke levensloop raakten. Toen mijn dierbare vriend Rob van den Aker alias Golden Boy overleed, iemand wiens band met mij nauw vervlochten was met muziek, dacht ik: een objectief, feitelijk stuk volstaat niet, terwijl een bepaald soort feitelijke bewondering voor dezelfde muziek ons wel in eerste instantie samenbracht. Ik wilde dat persoonlijke van een unieke, eigen vriendschap en het semi-objectieve van de muzieksite die we samen hadden combineren. Die combinatie heb ik, hoewel niet alle verhalen zo emotioneel of persoonlijk zijn als dat over Rob, steeds verwerkt in Plaatsvervangers.”

Hoe vond je het om non-fictie te schrijven en vanuit je eigen beleving te vertellen?

“Toen ik eraan begon, spookte vooral door mijn hoofd wat wel en niet interessant zou zijn voor de lezer. Het moest geen veredeld dagboek worden, natuurlijk niet, maar ik wilde ook niks achterhouden uit schaamte – het draaide uitsluitend om verhalen die zo goed mogelijk verteld werden. Wat ik deel in het boek staat puur in dienst van mijn bewondering en in dienst van het verhaal. Het schrijven van persoonlijke dingen doe je zelf en dat is een geleidelijk proces. Het voelde niet alsof ik ‘s avonds geheimen de wereld in heb geschreeuwd, de tijd was een soort stootkussen. Na een verhalenbundel vind ik het prettig om nu weer fictie te schrijven. Ik vond het ook fijn om deze voor mij enigszins nieuwe vorm geleidelijk te ontdekken; ik houd ervan om te zoeken en te proberen, niet te vervallen in vastigheden of steeds eenzelfde verhaalopbouw of toon. Het is prettig wanneer het niet voorspelbaar wordt wat je doet en mensen niet precies weten wat er aankomt.”

Welk boeken zou je de lezers tenslotte aanraden voor december 2017?

“Moeilijk hoor. Afgelopen week las ik Harnas van Hansaplast (2017) van Charlotte Mutsaers met veel genoegen. Ik vond de passages over haar broer mooi. En Zuivering (2017) van Tom Lanoye heb ik onlangs met veel plezier gelezen. Hij schrijft heel goed, is duidelijk slim en heeft goed over het verhaal nagedacht. Een schrijver met veel ervaring, dat vind ik erg fijn. Maar het mooiste vond ik Mike McCormacks Dag der zielen. Een prachtige, roesachtige roman die geheel uit één zin bestaat – jawel. Dat werkt wonderlijk goed.”

De foto van Thomas Heerma van Voss is gemaakt door Joel Frijhoff.

Events & News


#interview #literairvragenvuur #Thomas Heerma van Voss

Read more articles

Inspiration & Tips

JAN.26th Julia Maria Keers

Het boek Op een Nacht van Anne Eekhout gaat over James, die bij zijn wakende leven de enige gevangene is in Het Panopticum.

Literair vragenvuur met Anne Eekhout

Terwijl er buiten behoorlijk wat mensen rondlopen met een grote mond wier ego’s net als bij zoete broodjes vooral van gebakken lucht zijn gezwollen, is Anne Eekhout juist het tegenovergestelde: nadenkend, vriendelijk en weloverwogen. Ze doet me in die zin een beetje denken aan Joy Mangano.

Events & News

NOV.30th Julia Maria Keers

Literair vragenvuur met Jente Jong

In deze serie probeer ik het dagelijkse literaire landschap in kaart te brengen door de huidige generatie jonge schrijvers, literaire critici en boekenliefhebbers aan de tand te voelen over hun relatie met die eeuwig betoverende en curieuze objecten: boeken.

Inspiration & Tips

FEB.28th Julia Maria Keers

Shira Keller studeerde in 2008 af als theatermaker.

Literair vragenvuur met Shira Keller

Als ik het café binnenstap zit ze geheel in het Shira Kelleriaans met een petje op naast een kop koffie over haar notitieboekje gebogen, alsof de tijd haar is vergeten. Het winterlicht doorschijnt haar, maar dat staat haar goed. Ik word bevangen door een mengeling van bewondering en dankbaarheid.

Share this article

Author


Julia is een waterval van boeken, theefeestjes en gekke sokken. Ze werkt bij een boekwinkel in Oud-Zuid, volgt een opleiding tot yoga & meditatie docent in Naarden en verstopt zich graag in Leuven. Ze heeft haar master Literary Studies gecombineerd met vrijwiligerswerk op een kinderboerderij en wil ooit een literair debatcentrum voor verwaarloosde cavia’s beginnen. Ze stemt voor meer boekenclubs.

Comments