Books & Bubbles

DEC.19th Inspiration & Tips

Author

Literair vragenvuur met Alma Mathijsen

In deze serie probeer ik het dagelijkse literaire landschap in kaart te brengen door de huidige generatie schrijvers, literaire critici en boekenliefhebbers aan de tand te voelen over hun relatie met die eeuwig betoverende en curieuze objecten: boeken. Wat zijn hun lievelingsboeken, gekke leesgewoonten en favoriete boekwinkels? Wat is het meest ontwrichtende of verwarrende boek dat ze ooit hebben gelezen? En met welke grote schrijver zouden ze wel een avondje willen stappen?

Heb je wel eens je vingers gebrand aan een oven of warme schaal? Die hete, trekkende en indringende pijn gevoeld waardoor je ineenkromp en bliksemsnel je hand wegtrok? Stel je dat gevoel aan je ingewanden voor, aan de binnenkant van je lichaam, maar dan met vlammen die continu blijven oplaaien. Het brandt in je hart, het brandt in je longen. Het brandt, het brandt en het brandt. Er is geen remedie, geen verkoeling en geen zalf om de pijn te blussen. Je hoopt dat er op een dag niets anders dan as over is en alles verbrand zal zijn, het vuur gedoofd, maar die dag komt niet. Je wordt levend verschroeid. Die voortdurende pijn zorgt ervoor dat je niet meer slaapt, doorlopend gejaagd bent en nergens meer rust kunt vinden. Het jaagt je op, stuwt je voort en slaat soms door een kleine of luttele aanleiding aan alle kanten uit. Dat is hoe het ongeveer fysiek voelt wanneer je een goede vriendin hebt verloren omdat ze als kind seksueel is misbruikt.

Als je voor de zoveelste keer badend in het zweet wakker bent geschrokken, trek je trillend van woede je kaken van elkaar. Je wilt hierover met mensen praten, maar ze horen je niet. Je wilt dit probleem bespreekbaar maken, maar ze zien je niet. Of ze willen het gewoon niet horen, zien of weten. Wanneer je tot wanhoop gedreven besluit om je stem krachtiger te maken, krijg je schuine blikken. Dat je in een onrechtvaardige wereld leeft waarin jonge vrouwen af en toe verkracht worden (en in oorlogsgebieden en masse), is volgens sommigen een gegeven waar je mee moet leren leven. Dat sommige vrouwen geteisterd en uitgeput door het jarenlange trauma de dood groeten als een bevrijding, getuigt van een waanzin waar nu eenmaal niets aan valt te doen. Er zal waarschijnlijk meer in het hoofd van de betreffende suïcidale persoon niet helemaal goed hebben gezeten, de aard van het beestje. Je besluit deze zogenaamde rotsvaste waarheden te betwisten, want je gelooft niet dat er geen andere uitweg voor je geestverwant was, daarvoor kende je haar te goed. Daarvoor was ze te levenslustig.

Je wordt hierop afwisselend gestigmatiseerd als iemand die graag in de slachtofferrol kruipt, als een gevaarlijke madwoman in the attic of als mevrouw Zeurland. Wat voor dramatische danse macabre je in ‘s hemelsnaam bezielt en of je for decorum’s sake grip wilt krijgen op de duisternis die je met je meezeult? Of je soms uit bent op aandacht? En aandacht wil je inderdaad, je wilt aandacht om aan te kaarten dat het niet klopt dat iemand van wie je hield en die niets had misdaan zichzelf op een gruwelijke manier van het leven heeft beroofd, terwijl de dader nog ergens buiten rondloopt.

Wanneer je dit benadrukt gaan mensen je behandelen alsof je een soort epidemisch spook bent. Psychologen wijzen je op mémoires involontaires, praten over posttraumatische stress en geven in vruchteloze pogingen om je te helpen therapeutische sessies die de rokende wonden open en bloot leggen, maar niks veranderen aan het feit dat haar naam in een grafsteen staat gekliefd. Dus je besluit om – na de umteenth time geprobeerd te hebben aan de hand van Joanna Bourke een behoorlijk stuk over de mythes rondom verkrachting te schrijven, over de ‘victim blaming’ die onze cultuur in stand houdt – tenslotte om te zwijgen.

Maar dan op een middag publiceert een jonge schrijfster een persoonlijk verhaal. Een ingewikkeld verhaal. Een verhaal dat zich bevindt in het grijze gebied van seksueel misbruik. Je wazige blik wordt scherp gesteld. Haar toon is niet verwijtend, maar weloverwogen. Bedachtzaam. Terwijl je een poosje ontgoocheld naar buiten staart, begint het besef langzaam maar zeker in te dalen dat je lang niet zo alleen bent als je altijd dacht. Dat er dagelijks zowel slachtoffers als nabestaanden zijn die besluiten om de confrontatie te vermijden, om zich er maar niet aan te wagen. Die deze realiteit uit angst voor de harde en veroordelende blik van de buitenwereld noodgedwongen wegslikken, verbergen en vechten om te vergeten.

Een paar maanden later blik je naar de psychedelische schilderijen, vintage foto’s van Leonardo Dicaprio en het laatste boek van Joost Zwagerman, dat beschut op een tafeltje ligt in een warm huis dat de vervlogen sfeer van de seventies ademt. Je draait je om. Daar staat de jonge schrijfster voor een indrukwekkende boekenkast. Ze heeft een roomwitte huid, het dikke bruine haar van Hermelien en de kordate houding van Katniss. Haar reebruine ogen staan broedend, onderzoekend. Je schuift aan de houten tafel en wilt haar eigenlijk vertellen hoe ontzettend dankbaar je haar bent voor het openen van deze discussie, voor het feit dat ze zich niet de mond heeft laten snoeren. En dat ze vier lintjes en een troon in de hemel verdient voor haar moed. Plotseling weet je niet meer zo goed waar je precies moet beginnen. Je moet ergens beginnen. “Neem een koekje”, zegt ze stichtelijk. Je neemt een koekje.

Alma Mathijsen (1984) studeerde Beeld&Taal aan de Gerrit Rietveld Academie en Creative Writing in New York. Ze debuteerde in 2011 met Alles is Carmen bij De Bezige Bij en schreef voor o.a. Spunk, het Parool en nrc.next. Haar tweede roman De grote goede dingen (2014) ging over de zoektocht naar haar vader Hub Mathijsen, een bijzondere man (en rebelse non-conformist) die muzikaal leider van het residentie orkest was, violofoon speelde en spontaan met vrienden besloot een gig te geven voor John Lennon en Yoko Ono tijdens hun vredesprotest in Amsterdam [Hier vertelt Alma bij kunststof over De grote goede dingen]. Alma schreef diverse toneelstukken, was scenarist voor de romantische komedie Ja, ik wil (2015) die afgelopen oktober in première is gegaan en publiceerde eerder dit jaar op zowel nrc.next als vice stukken waarin ze oproept om het taboe op seksueel geweld te doorbreken. Onlangs tekende ze het contract voor haar derde roman Vergeet de meisjes. In het kader van Alma’s Awesomeness: ik denk dat de sorteerhoed haar bij Griffoendor zou hebben ingedeeld, want onder  de guitige glimlach gaat een sterk  rechtvaardigheidsgevoel schuil.

Welk boek zou je mensen specifiek aanraden voor december 2015, met oog op alles wat er momenteel in de wereld speelt (de vluchtelingencrisis, aanslagen in Parijs en de oeverloze zwartepietendiscussie)?

“Wow wat een grote vraag! Het gekke is dat ik wel een idee heb: Americanah (2013) van Chimamanda Ngozi Adichie. Het gaat in op veel thema’s waar je naar vraagt. Het verhaal begint bij een vrouw [Ifemenu] die uit Nigeria afkomstig is en zich in Amerika heeft gevestigd om er te studeren. Ze beschrijft tegen welke obstakels ze aanloopt na haar emigratie. In Amerika ziet ze zichzelf voor het eerst door andere ogen, is ze voor het eerst ‘de ander’. De vraag is hoe ze hiermee om moet gaan. Ik denk dat het belangrijk is om je te verplaatsen in mensen die hier voor het eerst zijn. Adichie laat goed zien hoe het voelt om voor het eerst in een compleet nieuw en wildvreemd land terecht te komen, hoe eng dat is. Ze weet de problemen die spelen op een grappige manier aan te kaarten, zonder met de beschuldigende vinger te wijzen. Zo past Ifemenu regelmatig op de kinderen van een rijke vrouw. Die vertelt in haar verhalen af en toe dat ze ergens ‘een prachtige vrouw’ tegen is gekomen. Op een gegeven moment komt Ifemenu erachter dat ze ‘prachtige vrouw’ eigenlijk als synoniem gebruikt voor Afro-Amerikaanse vrouw. Het boek is geschreven als het leven zelf, het zit vol met dingen waar je zelf ook over twijfelt en meezit. Het is waanzinnig rijk.”

Welk boek moet iedereen gelezen hebben voor hij of zij sterft?

[Alma blikt naar haar boekenkast] “Ik vind het zo’n grote vraag dat ik er eigenlijk geen antwoord op kan geven. Niks moet sowieso. En of het nou het boek is dat je per se gelezen moet hebben weet ik niet, maar een boek dat op mij veel invloed heeft gehad is Alleen op de wereld (1878) van Hector Malot. Ik merkte dat de beelden zo’n indruk op me maakte dat ze herinneringen werden en in die zin dus echt voor me gingen leven. Ik was zo bang toen mijn moeder het voorlas. Dat de taferelen die iemand anders verzint zo echt kunnen aanvoelen vond ik wonderlijk, die macht wilde ik zelf ook wel.”

Van welk verhaal was je onverwacht ontzettend diep onder de indruk?

“Het leven is vurrukkulluk (1961) van Remco Campert. Toen ik op de middelbare school zat en een jaar of zestien was wilde ik geen boeken van oude knarren lezen, want ik had niet de indruk dat die boeken iets konden zeggen over mijzelf of onze huidige tijd. Het eerste boek waar ik me echt over verbaasde was Het leven is vurrukkulluk, jezus wat kwam dat aan. Ik dacht: ‘Het zal wel supersaai zijn want het staat op de leeslijst’ en boeken die op de leeslijst stonden waren natuurlijk per definitie saai, maar het is waanzinnig! Het gaat over Panda, Mees en Boelie, drie jonge mensen die een dag door het Vondelpark banjeren en over het leven nadenken. Het is net alsof er geen tijd verstreken is, het is nog steeds zo relevant.”

Bij welk boek kwam je thuis?

[Alma haalt een glanzend zwart boek met gouden letters tevoorschijn] “In het nieuwe boek van Maartje Wortel – Er moet iets gebeuren (2015). Bij het korte verhaal genaamd ‘Schrijver II’ had ik het gevoel dat ik thuiskwam. Ze is daar zo eerlijk aan het schrijven. Het is heel autobiografisch. Ze durft al haar angsten op te schrijven, springt van de ene op de andere gedachte en laat zien hoe wispelturig het leven kan zijn. Dat zie je ook terug in de vorm van de tekst. Ik vond het een heel fijn verhaal.”

Wat is het meest ontwrichtende boek dat je ooit hebt gelezen?

“Vegetariër (1970) van de Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang. Het verhaal gaat kortweg over een vrouw die een boom wil worden. Het wordt beschreven vanuit het perspectief van drie personages die om haar heen staan, maar ze komt nergens zelf aan het woord. Ik had nooit eerder zo’n gave vertelvorm gezien, het roept veel spanning op omdat je wel dichtbij bent maar nooit helemaal bij haar in de buurt komt. Ondanks dat het verhaal ontzettend vreemd is, raakte ik ook bevangen door het gevoel dat ik een boom wilde zijn. Het leek me plotseling helemaal niet zo’n gek idee meer. Ik dacht echt: ja waar zijn we hier eigenlijk de hele tijd zo druk mee bezig, je kunt net zo goed een boom zijn. Ik vind het knap als een schrijver dat kan bewerkstelligen.”

Hoe zou je je eigen boekenverzameling omschrijven?

[We blikken samen naar de torenhoge boekenkast, in het midden schittert een mooie uitgave van de verzamelde werken van Lucebert naar ons toe] “Ik houd niet zo van ironie. Ik kan niet zo goed uitleggen waarom maar ik ben ooit begonnen in Houellebecq en toen dacht ik alleen maar [Alma’s gezicht krimpt van pijnlijke kreukels ineen]: ‘Hou op, hou alsjeblieft op!’.   Boeken die volledig ironisch zijn trek ik niet. Ik kan het gewoon niet; een verhaal lezen dat compleet is doorspekt met ironie. Verder heb ik vooral Nederlandse literatuur, ik probeer bij te houden wat alle jonge schrijvers publiceren, ook al is het veel. De Amerikaanse klassiekers wil ik ook allemaal een keer gelezen hebben. Milde ironie kan ook. Alleen boeken die helemaal op ironische wijze geschreven zijn, die komen er niet in.”

Hoe zijn je leeservaringen veranderd naarmate je ouder bent geworden?

“Ik denk wel dat ik iets coulanter ben geworden. Waar ik vroeger een hard oordeel over een boek kon vellen, probeer ik me meer te laten verrassen door boeken die ik zelf misschien niet zo snel zou uitkiezen. En ik lees ondertussen meer. Ik ben dyslectisch en in het begin kostte lezen me veel moeite. Ik dacht zelf ook: ik lees zo langzaam dit hoort niet. Maar dyslectisch zijn heeft zijn voordelen. Ik ben erachter gekomen dat het ergens fijn is om langzaam te lezen, omdat je heel secuur leest. Ik lees niet zoveel, twee boeken per maand, maar die lees ik zorgvuldig en ze blijven me lang bij.”

Zijn er boeken die je zou aanraden als remedie tegen hypocrisie?

“Ik denk dat hypocrisie in de eerste plaats helemaal niet zo erg is. We zijn allemaal maar mensen en soms is het alleen maar goed als je je af en toe bedenkt. Dat mensen de ruimte hebben om te twijfelen en achteraf kunnen denken: ‘Dat was toch niet zo verstandig’. Misschien wel Hallo muur (2015) van Erik Jan Harmens. Het gaat over een man die worstelt met alcoholproblemen en het op een dag niet langer volhoudt, er moet iets veranderen. Hij vraagt zich enerzijds af hoe hij zonder de verslaving door moet leven en anderzijds waarom hij doorgaat met het leven überhaupt. Hij voert een enorme innerlijke strijd. Het is zo eerlijk omdat hij zichzelf constant ondervraagt. Ik vond het een waanzinnig mooi boek.”

Welk boek leest zo goed als je lievelingscomponist klinkt?

“Ik vind Hanna Bervoets meester over haar taal en wat ze wil vertellen. Ze heeft het allemaal zo goed in de hand, ze laat niets in haar verhalen aan het toeval over. Ze is een auteur van wie ik sterk het idee heb dat ze aan het componeren is wanneer ze schrijft. Ik denk niet dat er een zin in haar boek voorkomt die ze niet kan rechtvaardigen, waarvan ze niet weet waarom die daar staat, alles staat er met een reden. Dat vind ik voor al haar boeken gelden.”

Zijn er nog aspecten die beter kunnen in het huidige literaire landschap?

“Jeetje, alweer zo’n gigantische vraag. Er worden veel mooie boeken uitgegeven en dat vind ik fantastisch, er wordt ontzettend veel geschreven. Ik denk dat het goed voor mensen is om zelf een boek te schrijven, omdat je tijdens het schrijfproces op een hypergeconcentreerde manier na leert denken over het leven. Ik word altijd zo boos van zure oude mannen die zeggen dat de literatuur wordt verziekt door het aantal boeken dat op de markt verschijnt, dan denk ik echt [Alma krijgt een diepe frons]: houd toch je mond. Het is fantastisch om een boek te schrijven en daar zou niemand in moeten worden belemmerd. Je ziet vanzelf wel of het lezers krijgt of niet. Als het boek lezers verdient, dan krijgt het lezers. En ook met een kleine groep lezers is niets mis. Maar meer lezers in het algemeen zou wel goed zijn voor het boekenvak. En voor mensen zelf natuurlijk. Je krijgt er zoveel voor terug als je leest, ik vind het bijna idioot om dat te gaan uitleggen. Het verrijkt je wereld, maakt je empathisch en vergroot je denkvermogen. Ik merk dat ik zelf veel behoefte aan literatuur heb, zonder boeken voelt het bestaan een tikkeltje verdrietig en zielloos. Juist de verdrietige boeken maken het leven minder verdrietig.”

Klopt het dat literatuur vanuit jouw ervaring een bedreigde diersoort aan het worden is, of is dat een drama van alle tijden?

“Ik weet het niet, volgens mij wordt dat al zo lang gezegd. Ik was onlangs bezig met een klein onderzoek naar Remco Campert en toen zag ik ergens in een artikel staan: “De literatuur is ziek. Toen dacht ik: Jezus, als ze dat al in de jaren zeventig schreven dan heeft literatuur een heel lang ziekbed of het is helemaal niet waar. Het lijkt tegenwoordig wel alsof mensen minder lezen dan vroeger, maar dat weet ik niet zeker. Het zou kunnen dat narratieven zich meer naar series verplaatsen, maar de roman gaat niet dood, want in die kunstvorm zit iets wat je in die series niet krijgt. De binnenwereld van een karakter zit niet in een serie.”

Zijn er bepaalde taboes in de literatuur of onderwerpen waar van jou meer over geschreven mag worden, heb je het idee dat er onderwerpen zijn die schrijvers onbewust nog steeds schuwen?

“Ik denk dat er altijd iets is waar mensen nog steeds bang voor zijn. In Nederland zie je dat het slavernijverleden genegeerd wordt en dat begrijp ik niet zo goed. Af en toe wagen mensen zich wel aan het racismedebat, maar het wordt niet door de media opgepikt, wat volgens mij aangeeft dat het nog steeds een taboe is. Want er wordt wel degelijk over geschreven, maar mensen hebben over het algemeen geen tot weinig zin om erover te lezen. Er zijn sprekers die zich vurig inzetten om de dialoog aan te gaan, maar als je dan kijkt naar hun volgers, dan valt het aantal in verhouding tegen. Als er een taboeonderwerp bestaat in Nederland dan is het onze koloniale geschiedenis.”

Je hebt zelf onlangs stukken gepubliceerd waarin je oproept tot het doorbreken van het taboe op seksueel geweld, zijn er schrijvers of denkers die je hebben gesteund in de beslissing om je eigen verhaal te publiceren?

“Ik heb een kringetje van mensen om me heen die ik eerst mijn stukken laat lezen, waaronder Hanna Bervoets. Ik heb er goed met haar over gepraat: ‘Is dit iets wat ik wil doen? Wil ik me aan zo’n onderwerp wagen, ook al ligt het me erg aan mijn hart?’ Ik heb besloten om het te publiceren omdat ik het makkelijker wil maken voor de volgende slachtoffers, want die blijven bestaan. Maar het is belangrijk om het op een goede en weloverwogen manier te bespreken. Ik wilde mijn verhaal op een rustige manier vertellen zodat mensen die snel geneigd zouden zijn om te oordelen misschien meer instaat zouden zijn om zich open te stellen. Ik heb zeker getoetst of ik de goede toon had gevonden om het te vertellen. Ik zat er al jaren mee, ik weet er veel van en vind het een belangrijk onderwerp om te behandelen. Maar de toon waarop heeft me een paar jaar gekost, voordat ik die had gevonden. De toon is niet verwijtend of schreeuwerig, maar juist open en met een groot hart. En dat maakt het ergens nog moeilijker, omdat het kwetsbaar is. Maar ik heb gelukkig weinig negatieve reacties gekregen, heel veel vrouwen voelen zich gesteund. En sinds het op vice staat, krijg ik reacties van over de hele wereld.”

Je bent in je tweede roman een zoektocht naar je vader begonnen. Protagoniste Mila maakt samen met Don, een goede vriend van haar vader, een reis in zijn voetsporen waarin ze trekken van Amsterdam, Ruigoord en Dresden naar Israël. Zijn er boeken die je iets hebben geleerd of hebben gesteund in de manier waarop je die zoektocht aan kon pakken?

“Eigenlijk niet, ik moest het in m’n eentje uitvinden. Ik heb eerst alle herinneringen die ik aan hem had uitgeschreven. Toen ben ik pas gaan nadenken over de vraag hoe ik er een lopend verhaal van moest maken. Ik heb geen boeken gelezen die met dezelfde thematiek te maken hadden, maar las juist werken die er ver vanaf stonden. Maar ik heb veel vrienden van hem geïnterviewd en dook in zijn wereld. Tijdens het schrijven ben ik een tijdje heel dichtbij hem geweest, dat was erg fijn. Toen het af was moest ik eigenlijk nog een keer afscheid nemen, maar ik ben wel heel blij dat het boek er is. Ik krijg nog steeds mails van mensen uit die tijd die zich in De grote goede dingen herkennen en zich erdoor geroerd voelen. Het boek gaat ook over vier mannen in de jaren zeventig en hoe ze omgaan met de vergankelijkheid van hun tijd. De één voelt zich doodongelukkig in de moderne wereld, de volgende besluit er een slaatje uit te slaan door de jaren zeventig te verheerlijken, de ander (geïnspireerd op Theo Kley) kan eigenlijk alleen maar in de seventies vertoeven. Hij besluit om op Ruigoord te gaan leven, waar hij nu helemaal zijn eigen wereld heeft gecreëerd. En dan is er mijn vader, die de veranderingen eigenlijk niet aankon.”

Met welke (grote, gekke, idiosyncratische) schrijver zou je wel een avondje willen stappen?

[Alma’s ogen beginnen te glanzen] “Ik wil met meerdere mensen! Mag ik met een groepje?” [Alma mag met een groepje]. “Leuk! Ik wil met Campert aan de XTC! Jack Kerouac van On the Road (1957) moet mee, maar die wil ik juist eerst nuchter meemaken. En Chimananda moet ook mee. Er moet nog iemand mee, wie gaat er nog meer mee? Hanna gaat mee. Hanna moet gewoon mee. Dan gaan we met zijn allen bowlen en dat vinden we dan allemaal heel stom, daarom gaan we drinken en ballen op de banen van anderen gooien. Daarna huren we een kamer in het Amstel hotel en daar gaan we elkaar verhalen vertellen, nog meer drinken, en plannen om samen een boek te schrijven dat we nooit gaan schrijven. Zo vieren we het leven.”

Inspiration & Tips


#interview #literairvragenvuur

Read more articles

Inspiration & Tips

FEB.28th Julia Maria Keers

Shira Keller studeerde in 2008 af als theatermaker.

Literair vragenvuur met Shira Keller

Als ik het café binnenstap zit ze geheel in het Shira Kelleriaans met een petje op naast een kop koffie over haar notitieboekje gebogen, alsof de tijd haar is vergeten. Het winterlicht doorschijnt haar, maar dat staat haar goed. Ik word bevangen door een mengeling van bewondering en dankbaarheid.

Inspiration & Tips

JAN.26th Julia Maria Keers

Het boek Op een Nacht van Anne Eekhout gaat over James, die bij zijn wakende leven de enige gevangene is in Het Panopticum.

Literair vragenvuur met Anne Eekhout

Terwijl er buiten behoorlijk wat mensen rondlopen met een grote mond wier ego’s net als bij zoete broodjes vooral van gebakken lucht zijn gezwollen, is Anne Eekhout juist het tegenovergestelde: nadenkend, vriendelijk en weloverwogen. Ze doet me in die zin een beetje denken aan Joy Mangano.

Events & News

NOV.30th Julia Maria Keers

Literair vragenvuur met Jente Jong

In deze serie probeer ik het dagelijkse literaire landschap in kaart te brengen door de huidige generatie jonge schrijvers, literaire critici en boekenliefhebbers aan de tand te voelen over hun relatie met die eeuwig betoverende en curieuze objecten: boeken.

Share this article

Author


Julia is een waterval van boeken, theefeestjes en gekke sokken. Ze heeft gewerkt bij een boekwinkel in Oud-Zuid, volgt een opleiding tot Yoga & Meditatiedocent in Naarden en verstopt zich graag in het middeleeuwse Leuven.

Comments